0 comments

Zakken voor een examen is vervelend. Zowel voor de kandidaat, die een teleurstelling te verwerken krijgt, als voor de opleider die zo succesvol mogelijk wil opleiden. Voordat er meteen een misverstand ontstaat over wat ik bedoel met ‘succesvol’: ik doel hier natuurlijk niet op interne examinering waarmee een opleider z’n eigen opleidingstraject afsluit (de zogenaamde slager die zijn eigen vlees keurt). Nee, ik doel hier op opleidingen die worden afgesloten met een extern en objectief examen. Zoals bijvoorbeeld de PEplus- en Wft-examens…

Extern en objectief, omdat deze immers vanuit een door de overheid ontwikkelde en beheerde centrale examendatabank worden afgenomen. Als examenkandidaat én als opleider wil je zakken voor zo´n examen voorkomen. Het streven van een opleider zou dan altijd een slagingspercentage van 100% moeten zijn. Toch? Hmm, maar is dat eigenlijk wel zo? Is een slagingspercentage van 100% echt het ultieme en ideale doel in de beleving van opleiders? Of is 75% misschien wel een veel ‘slimmer’ streven? Dat is immers een percentage dat hoog genoeg is om grote opdrachtgevers binnen te halen maar laag genoeg is om (veel/extra) geld te verdienen op herkansingen.

Beeld je eens in. Je bent een opleidingsinstituut en wilt een grote opdrachtgever binnenhalen: hoppa, gelukt, 5.000 opleidingen én examens schoon aan de haak. Jij zwaait met een slagingspercentage van 75%. “Dat klinkt goed!”, denkt de opdrachtgever, “dat levert me zo’n 3.750 geslaagden op!”. “Dat klinkt goed!”, denk jij, “dat levert me tegelijkertijd zo’n 1.250 herkansingen op!”. Want 75% geslaagd, betekent ook 25% gezakt. En als het slagingspercentage nog lager uitpakt, blijft de teller verder oplopen! Tel uit je winst; hoe meer er zakken, hoe meer je verdient! Als dat geen perverse prikkel is, weet ik het ook niet meer. Met de gevolgen voor drie slachtoffers die hier absoluut geen belang bij hebben: de examenkandidaat en de werkgever, die extra geld moeten neertellen voor een herkansing. En de consument (niet te vergeten!) die uiteindelijk de (eind)rekening betaalt voor de kosten die de branche (onnodig) maakt.

In de financiële branche zijn we ons allemaal bewust van perverse prikkels. De wetgever, met als waakhond de AFM, doet haar uiterste best die in de adviespraktijk tegen te gaan. Zie als ultiem voorbeeld hiervan het provisieverbod. Maar hoe zit het met perverse prikkels in de wereld van examens? Gaan we die ook tegen? Véél te weinig!

Tijd om er iets aan te doen! Een slagingspercentage van 100% is in mijn ogen het enige juiste uitgangspunt. Vanuit mijn beroepseer als opleider, maar ook vanuit solidariteit met de financiële dienstverlener die we mogen opleiden en vooral vanuit het belang van de consument. Weg met de perverse prikkel van een lager slagingspercentage en op naar een forse kostenvermindering voor de sector. Dat vraagt dus wel inzet van alle kandidaten én alle opleiders om zo´n herkansing te voorkomen. Het biedt adviseurs en organisaties vervolgens de mogelijkheid om hun geld een beter doel te laten dienen: een verdiepende opleiding, het investeren in de ontwikkeling van vaardigheden, verbetering van software, noem maar op, het levert allemaal meer op dan geld dat nu wordt weggegooid aan herkansingen. Onnodige herkansingen zijn immers pure kapitaalvernietiging.

De nieuwe norm voor zowel kandidaten als opleiders: geen inspanningsverplichting, maar een resultaatverplichting! Het kan natuurlijk niet zo zijn dat je als opleider meer verdient als iemand zakt dan wanneer iemand slaagt. De wereld op z’n kop!

Hoe denk jij hierover? Denk je dat we met z’n allen moeten streven naar 100%, of vind je 75% wel best?

Wesley van 't Hof
Over de auteur

Laat een bericht achter

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>